Ontruiming

Ontruiming barricades

foto: RAN

“De sfeer wordt steeds grimmiger, iedereen slaat nog steeds met stokken, de vuren op het pleintje branden nog steeds, er zitten mensen rondom. We weten dus dat er in de Piersonstraat een pantserwagen is aangekomen en er op de Bloemerstraat weer twintig ME-bussen zijn gearriveerd. Al die activiteiten kunnen we van hier uit niet zien. Nummer 1, kunnen jullie ons verstaan?…nou, ze verstaan ons niet.”

Brigitte: Het is nog donker. Ik word wakker gemaakt en weet precies wat er zal gaan gebeuren. Het is zover. Ik hoor dat de mensen van de blokkade aan de Bloemerstraat in/uit elkaar worden geslagen. Ik durf niet te kijken, kan het niet aanzien. Die mensen waren zo vol vertrouwen dat de politie niet zou slaan, nou, de marechaussee was zonder genade. Klootzakken!

Willem: Ze gaan beginnen!! Iedereen gaat naar buiten, toch vrij rustig, niet gehaast. Zie ik bekenden? Gelukkig, daar staan ze. Bij elkaar blijven! De barricade aan de Piersonstraat wordt de onze. Citroensap smeren, gasbrilletje uitproberen. Geen helm bij me, op de een of andere manier stond me dat tegen. Barricade op en weer af. Steeds even kijken of ze er nog niet aan kwamen. De mensen die bij me waren stonden daar op dezelfde manier als ik. Vooraf had ik bij mezelf gezegd: ik gooi geen stenen. Dat kon (kan) ik niet. Wel wilde ik binnen zijn om het actief verzet steunen. Steun geven aan mensen die zich wilden verzetten op een manier welke ik zelf niet kon, maar ook niet kon afkeuren. De barricades hadden meer bereikt dan jaren bezwaarschriften indienen en procedures voeren. Ze moesten nu wel luisteren, ze konden er niet meer omheen. Toen de Bloemerstraatblokkade weggeramd werd besefte ik me nog niet hoe grof dat ging. Ik stond op de steenhoop toe te kijken, machteloos enerzijds, afstandelijk anderzijds. Het was net een film, maar het gebeurde niet echt. Weer terug naar onze barricade, wachten. Sinister was het slaan met stokken op de barricades. Beangstigend en tegelijk iets van ‘kom maar op’, ‘we zijn niet bang’. Op een of andere manier ondersteunde het me!

Anoniem: Ik sta op. Als ik buiten kom is het al een stuk rustiger dan middernacht. Veel mensen zijn al naar de blokkade toe. Vanaf de daken worden bewegingen van de ME en hun materieel waargenomen. Vanaf de barricades kunnen we zien hoe de marechaussee de vreedzame blokkade bot uit elkaar slaat, terwijl nog geen half uur ervoor een jongen met megafoon had gezegd dat als de ME doorgedrongen zou zijn, iedereen de blokkade vreedzaam zouden verlaten. Mijn zus zat bij die blokkade en later hoorde ik dat ze ook nog heen en weer gejaagd zijn tussen twee afzettingen van de ME. Een helikopter komt overvliegen en gooit pamfletten uit, waarin zelfs gesproken wordt van schieten. Nu wordt het steeds stiller op het plein.

foto: RAN

Rataplan: “De ME komt nu achter de Eenhoorn van de kant van de Molenstraat, waarschijnlijk dus door het steegje naast Melodie.”

“We krijgen door dat de geweldloze blokkade is weggeslagen bij de Bloemerstraat….de ME.. (storing)… alle kanten op naar het Piersonpleintje. In de Piersonstraat staat een pantserwagen.”

“Iedereen begint nou weer met stukken hout te slaan. De sfeer is ontzettend spannend op dit moment.”

“We krijgen net door dat de geweldloze blokkade bij de Plak inderdaad weg is nu. We hebben net ook verteld dat die waarschijnlijk uit elkaar geslagen is door de ME. Er schijnt vreselijk op ingehakt te zijn op mensen die zelf duidelijk hebben laten merken dat ze zelf geen geweld willen gebruiken. Ze zijn op een geweldige manier uit elkaar geslagen…..Er komen nu ook helikopters boven het plein. Er wordt nou keihard geschreeuwd aan de kant van de Bloemerstraat. Mensen blijf luisteren, het is moeilijk te vertellen wat hier allemaal gebeurt.”

“Voor de barricade op de Bloemerstraat brand een geweldig groot vuur. Je kunt vanaf hier de gloed zien. Het is echt geweldig groot. Het is een vuur dat door de mensen van de barricades is aangestoken om te proberen op die manier de politie buiten te houden.”

“De ME komt nu de Piersonstraat binnen. Via het steegje hij melodie zijn ze nu ook over het dak geklommen. Het schijnt dat de aanval afgeslagen wordt. Er wordt nu in ieder geval ontzettend veel traangas afgeschoten en iedereen op het pleintje is in rep en roer. Mensen trekken zich hier nu een beetje terug op het pleintje. Het lijkt erop dat die aanval is afgeslagen.”

“We horen ook allerlei schoten, maar dat is traangas naar we aannemen.”

“Er hangen hier op het ogenblik verschrikkelijke wolken traangas op het pleintje, er wordt geprobeerd om de ME, die via het steegje bij melodie binnenkomt tegen te houden. We krijgen hier zelf ook last van traangas.”

“Er wordt nu omgeroepen via een luidspreker van de politie dat ze zullen gaan beginnen met de ontruiming van de panden en de barricades.” Op dit moment gaat de politie dus grof geweld inzetten. Nog grover dan wat ze tegen de geweldloze blokkades hebben gedaan.”

“Het lijkt wel of ze ons hier proberen uit te roken, ik kan zelfs het midden van het pleintje niet meer zien.”

foto: RAN

Carolien: Eindelijk was het dan zover. Iedereen maakte zich klaar. Helmen stokken, bivakmutsen, sjaals, citroensap, leren jassen. Ik was nog vrij rustig en merkte dat ik me wel sterk voelde, ook al was ik voorbereid op een totale overmacht. Alleen baalde ik verschrikkelijk dat ik zo’n last had van benauwdheid en hoesten, zodat ik me niet zo vrij kon bewegen en dingen doen die ik eigenlijk wilde. Buiten was het weer wachten en voor de zoveelste keer die week van mensen afscheid nemen en sterkte toewensen. De helikopter begon onheilspellend om het pleintje te vliegen en gooide de pamfletten naar buiten. Het is oorlog!! Het gaat beginnen! Gedachten flitsen door me heen. Pakken ze mij of anderen op? Kom ik hier nog levend uit?.

Meer traangas, meer mensen die de daken op gingen. Meer mensen die met roodomrande ogen de huizen in moesten vluchten. Braakgas, citroen hielp niet meer, bijtend gevoel in m’n keel. Volhouden totdat het niet meer kon. Even de huisjes binnen. Alsof ik in een andere wereld kwam. Buiten was het oorlog, binnen stond iemand met een grote koffie in te schenken. Snel een bakje en weer naar buiten. Buiten was het pleintje vol met gas. Boven op de daken stonden mensen als gekken te gooien naar onzichtbare vijanden. Plotseling verscheen boven op de daken, wat later bleek, een speciale eenheid van de marechaussee. Die klootzakken begonnen met stenen te gooien naar mensen die beneden op het pleintje stonden. Velen van hen net als ik zonder helm. Een vrouw werd, ondersteund door twee EHBO-ers weggedragen. Ze had een steen op haar voet gehad. Een jongen wilde, bevangen door het gas, van het dak af. Doelbewust zag ik zo’n zak op die jongen mikken en een grote baksteen gooien. Mensen gooiden keien terug naar die lui, maar ze zaten tien meter hoog. Ondertussen was het gas ondraaglijk aan het worden. Iemand met een megafoon (die dingen moeten bij acties afgeschaft worden) riep midden tussen het strijdgewoel een vergadering bijeen. Hoe komt hij erbij?! Hij vertelde dat er veel mensen weg wilden omdat ze niet meer tegen het gas konden. Daar kon ik wel inkomen. Zelf had ik er ook veel moeit mee. Maar voor mij stond vast: ik moest die tank door de barricade zien komen. Ik moest weten hoe sterk die barricades waren. Maar intussen was het gasondraaglijk geworden. Voor mij was het onbegrijpelijk hoe sommigen het uithielden. Kotsend over de rand van het dak en weer terug. Anderen probeerden elke granaat, onder luid applaus, terug te gooien. Blij met elke daad die je terug kon doen tegen al dat geweld.

foto: RAN

Brigitte: Ik ga naar binnen, de Eenhoorn in. Hoor dat de marechaussee al op het dak is. We besluiten om niet binnen te blijven maar naar buiten te gaan. Ik kijk naar buiten maar zie helemaal niets meer. De lucht is blauw van het traangas. Naar buiten, traangas gaat nog wel, maar op het dak van de Eenhoorn staat de marechaussee stenen naar ons te gooien, heel gericht. Dan wordt er ook ander gas geschoten, gifgas, en ik krijg het gevoel of ik stik. Vlucht een huisje in, denk echt dat ik kapot ga omdat ik geen adem meer kan halen. Kots slijm op, voel me miserabel, maar ik ga weer naar buiten.

Anoniem: Ik heb m’n helm opgezet en sjaal met citroen voor de mond en niet voor niets. Nadat er gemeld is dat er veertig ME-busjes door de Molenstraat oprukten, naderde een groep ME-ers de kleine blokkade achter de Eenhoorn. Met stenen kunnen we ze op een afstand houden. Maar dan beginnen ze traangas net voor de barricade achter de Eenhoorn te schieten en de wind doet een constante stroom van traangas en braakgas over het plein waaien. De zon die inmiddels op is gekomen wordt helemaal aan het oog onttrokken. Meerdere malen moeten we de huizen invluchten om bij te komen en de ogen uit te spoelen.

foto: RAN

Rataplan: “Hier op het pleintje staan een heleboel me mensen met gasmaskers, die zullen proberen om ook de volgende aanval af te slaan.”

“We kunnen helemaal niets meer zien, zelfs het midden van het pleintje niet. Er hangt hier enorm veel traangas. Ik zie af en toe schimmen er door heen. Het motorgeluid is opgehouden nu, ik weet niet of de politie een doorgang heeft kunnen maken op dit moment. Helikopters vliegen over, er hangt een enorme spanning op het terrein. Maar ik zie nog steeds geen politie.”

“De politie probeert nu via een leegstaand gebouw achter de Eenhoorn om de Eenhoorn binnen te dringen. Ze worden daarbij ondertussen bekogeld vanaf de zijkant door een hele groep mensen. Er sneuvelen ook ruiten bij.”

“Op het dak van de Eenhoorn is een heleboel  ME. Ik kan ze van hieruit zien.”

“Er staat nu een ongelooflijk grote tank in de Karregas met honderden ME-ers erachter, de motor van de tank die draait, we dreunen hier helemaal mee in huis. Ik denk dat ze zo meteen zullen proberen om door de barricades heen te stoten. Er wordt op dit moment heel grof geweld ingezet. Mensen, het is oorlog hier.”

“Er wordt nog steeds geschoten met traangas vanaf het dak van de Eenhoorn. De tank probeert nu door te breken. Ja, de tank is al binnen op het pleintje. Er staan honderden en honderden ME-ers achter. Ze zijn binnen. We houden nu op met uitzenden van radio Rataplan. Bedankt voor wat jullie voor ons gedaan hebben.”

Theo: De eerste wolken gas komen over ons heen. Ik besluit op het dak te gaan kijken. Plotseling stijgt er een ontzaglijk grote wolk traan- of braakgas omhoog. Ik krijg een steen tegen m’n been. De wolk trekt over. Ik zie gehelmde figuren rond lopen met cilinders op hun rug. Enkelen gooien met stenen. Een stuk of vijf mensen gooien terug. Er zijn nauwelijks stenen.Er worden stenen gegooid op het dak. Meer mensen gooien. De marechaussee gooit meer en meer traan- en braakgas. Ook stenen. Ze zitten in een schuurtje. We horen een motor. Een groep haalt stenen op. De toevoer stagneert. Nogmaals lopen ze. Maar voor hun ogen worden alle stenen willekeurig tegen een schild van de marechaussee gegooid. Beneden verdringen andere ME-ers zich om in het pakhuis te komen. Niemand die op deze bedreiging let. Binnengekomen schieten de hufters traan- en braakgas. De mensen op het dak staan daar te braken. Ik zie geen moer maar als het wat optrekt blijk ik een van de weinigen te zijn die niet staat te kotsen. Ze willen eerst het dak vrij hebben zodat de andere ME-ers vrij naar binnen kunnen. Er zijn er pas een paar binnen en die hadden toch veel verzet ondervonden. Meer traangas. Ik gooi verschillende granaten richting Hilckman. Anderen gooien of schoppen ze van het dak. Een paar mensen zien helemaal wit van het braken. Ze lopen op het balkon van mensen die water geven. Speeksel loopt uit m’n mond. Jezus, ik zie geen moer meer. Weg hier. Godverdomme, ik weet niet meer waar die klote dakrand is. Ik hoor weer meer sissen van de gasgranaten. Met m’n gezicht in de wind. Ik graai naar m’n citroensap. Een enorme straal in m’n gezicht en keel. Aggrrr…. Met een scheef oog richting andere mensen. Op het balkon kreeg ik ook water en vooral wat frisse lucht. Maar de marechaussees schoten traangasgranaten vlakbij. Bijna een in de huiskamer. Gauw de deur dicht en ook dit laatste plekje vol traangas. Nog eenmaal gingen we richting pakhuis. We probeerden telkens te gooien als het geweer met de granaat gericht werd. Zo konden we enige tijd voorkomen dat er nieuw traan- en braakgas kwam. Ook gingen enkele schoten mis omdat ze bang waren voor de stenen. Maar nieuwe gevaren dreigden. Vanaf het dak gooide de marechaussee met stenen. Een schoorsteen werd afgebroken en hele bakstenen kwamen naar beneden. We gingen achteruit en weldra een enorme lading traan- en braakgas. De lol was er vanaf. De laatsten gingen van het dak af. De jongen die ’t laatst kwam maakte met zijn handen gebaren dat hij zich overgaf en dat hij naar beneden wilde. Hij klom op de ladder, maar opeens kwam van boven een baksteen. Gelukkig raakte hij de ladder en de jongen sprong half vallend omlaag waar hij maakte dat hij wegkwam. Net bijgekomen zag ik dat de mensen op ’t plein het veel zwaarder te verduren hadden gehad. De enorme wolken traan- en braakgas bleven daar min of meer hangen. Allerlei belabberde gezichten met trillende kaken. Toch klonk er nog ‘ME weg ermee’ op de barricades van de Karregas en Piersonstraat. Maar een dreigend gebrul kwam eraan. Over de daken kwamen ook marechaussees aan lopen. Ze gooiden met stenen en flessen. Op ’t dak paniek. Mensen springen op de gebrekkige ladders. De tank komt, walst alles plat. Niks houdt het geweld van het leger tegen. Het geweld van de staat: helikopters, tanks, pantservoertuigen, bulldozers gewapende en ingepakte ME-ers, wapenstokken, scherpschutters, alles hadden ze en bovenal het traangas en braakgas, getest in Vietnam.

We kunnen een vrije aftocht krijgen. De slagers kijken toe. Treurig en beteuterd staan de mensen te kijken. Ik bijt op m’n lippen. Daar sta je dan, de ‘harde kern’. De mensen smerig, bleek‚ gebroken.

Anoniem: Inmiddels was de ME, of de marechaussee via de achterkant van de Eenhoorn op het dak gekomen en begon stenen te gooien naar de dakploeg. Vlakbij me brak een meisje haar onderbeen. De EHBO was er direct bij. Ook met gevaar voor eigen leven want ook zij werden bekogeld. Toen de daken schoon geschoten waren trok de ME daar langs op en kon toen van alle kanten het plein onder schot houden. Bij de Karregas hield de dakploeg ze tegen totdat vanaf da Eenhoorn met traangasgranaten werd geschoten.

Anoniem: De blokkade van de Karregas is ontruimd en we horen de Leopard-tanks brullen. Binnen enkele minuten is hij door de barricade heen en iedereen deinst terug. Vrijstaat de Eenhoorn is niet meer, maar platgewalst door militair geweld. Na wat heen en weer gepraat gaat iedereen via de grote barricade naar de Bloemerstraat waar de ME ons opwacht. We geven aan dat we het niet meer zien zitten om tegen deze botte overmacht te knokken en er wordt een doorgang opengelaten. Ik sta met tranen in m’n ogen op m’n lippen te bijten.

Brigitte: Op dat moment zie ik een tank die probeert door de barricade van de Karregas te komen. Ik sta heel apathisch te kijken. Op het plein besluiten we om weg te gaan, zo’n overmacht, zoveel gas, zo beroerd, we kunnen het niet aan. Als de tank midden op het plein staat ‘lopen’ de laatsten van ons richting Bloemerstraat. Tussen twee rijen marechaussees moeten we richting Keizer Karelplein lopen (via de achterkant van Luxor). Ik ben kapot, kan niet meer rennen, de ME vlak achter ons, voert constant charges uit. Ik blijf staan, voel een harde klap op m’n rug. Ik ben woedend en kapot van binnen.

foto: RAN

Willem: En toen kwam de tank eindelijk. Luid gebulder, stofwolken. Volkomen onwerkelijk, dit maak ik niet echt mee. Wel opgelucht. We mochten weg. Verzamelen bij de barricade aan de Bloemerstraat. Wachten op de anderen. Duurde voor mijn gevoel lang. Later hoorde ik dat veel mensen doorgegooid hadden naar de tank. Dat deden ze ook bij de tank die door de Karregas kwam. Het had toen iets volkomen zinloos voor mij. Zo’n gevaarte, dat maakte mij zo nietig. Toen kwamen er meer mensen, doorlopen naar de Bloemerstraat. Daar stond een leger mieren, levensgroot. Zo weggelopen uit een stripverhaal, onmenselijk, oorlog. Weer wachten. Is iedereen eruit? Laat in godsnaam niemand achter blijven. Mensen willen doorlopen. Stop! Verdomme!!! Eerst zekerheid! Eindelijk maakten EHBO-mensen duidelijk dat iedereen er uit is. Applaus van mensen op plein ’44. Ook achter de ramen boven de winkels in de Bloemerstraat staan mensen te klappen. Het deed me goed. Doddendaal in, langs het leger robotten, weg. Keizer Karelplein, de andere mensen uit de blokkades ontmoeten. De ME begon zich al te groeperen om de volgende matpartij te kunnen uitvoeren. Ik kon niet meer, eerst koffie, dus naar café Stijn Buys. Daar waren de mensen uit mijn huis. Ze waren bezorgd over mij. Ik had nog steeds niet in de gaten hoe hard het bij hen bij de ontruiming van de blokkade bij de Bloemerstraat was toegegaan. Daarna even bij iemand thuis uitpuffen. Mijn ouders bellen en mijn vriendin. Mijn vader helemaal overstuur aan de telefoon door de zorgen die hij zich had gemaakt. Machteloos, maar het deed me wel goed. Langzaam voelde ik me doodziek worden. Het gas? Ik wilde zo snel mogelijk naar huis, naar bed.

Deze vlag met de eenhoorn zou als trofee in het opleidingscentrum van de marechaussee hebben gehangen.

Caroline: Het gas werd steeds erger en ik hield het daar niet langer uit, ik kreeg nauwelijks meer lucht. Ik ben toen naar de Piersonbarricade gelopen om daar tegen iemand te zeggen dat ik het niet meer volhield. Ik kon nog geen vijf meter voor me uit zien, zo dik was de wolk gas die boven het pleintje hing. Ik strompelde al hoestend daar naartoe en ben toen naar de EHBO gelopen. Ik heb daar liggen janken want ik baalde zo vreselijk dat ik nu al uitgeschakeld was terwijl ik nog niets had kunnen doen. Op een gegeven moment werd het binnen in die EHBO-ruimte nog erger dan daarbuiten. Ik stikte bijna. Ik hield het daar niet meer uit en ben door een meisje en een jongen weggebracht richting Kolping. Ik zag niets meer en had het vreselijk benauwd. Toen we om de hoek bij de Plak kwamen zag ik een hele rij robotten met kniebeschermers en daarachter drie tanks. Het meisje van de EHBO hield haar hand voor m’n gezicht. In de Kolping werd ik overgeleverd aan de GGD. Allemaal officiële artsen in witte jassen die me sjaal en muts afdeden. Ik ben toen op een brancard gelegd en heb een tijd aan zo’n zuurstofapartaat gelegen. Hoelang ik daar in totaal ben geweest weet ik niet meer. Ze vroegen allerlei dingen over wat ik gedaan had, of ik binnen de barricades was geweest. Ik vertrouwde hen helemaal niet dus ben daar ook niet op ingegaan. Na een tijd ben ik weer door ‘eigen’ mensen van de EHBO met een auto opgehaald en naar O’42 gebracht maar daar voelde ik me ook weer vreselijk omdat ik helemaal geen mensen van binnen de barricade tegenkwam. Ik vond dat heel klote, omdat ik wilde weten of er mensen opgepakt waren en hoe het met hen ging. Later kwam ik hen in Roosje tegen en was heel blij om iedereen weer te zien. In die week daarna heb ik nog veel last gehad van het gas. Veel hoesten en benauwdheid en ik heb heel veel moeten slapen.

foto: Jan Banning

foto: RAN