ontruiming blokkade Piersonstraat

foto: RAN
Marjan: Aan het einde van de Piersonstraat, dus vlak voor de blokkade, verzamel de zich een rij ME-ers die de straat volledig afsloten. In het begin mocht je er nog wel uit, maar niet meer erin. Een paar mensen probeerden langs de rij ME heen te komen om zich alsnog bij de blokkade te kunnen aansluiten. Er werd direct op deze mensen losgeknuppeld. Ondertussen kwamen via de huizen nog grote aantallen mensen binnen, dat wil zeggen binnen de blokkade. Het duurde nogal lang voordat de ME dit door had. Later was het niet meer mogelijk om binnen te komen. Je werd er toen ook niet meer zonder meer uit gelaten als je dat wilde. Zo kostte het twee EHBO’ers nogal wat moeite om iemand die onwel was geworden binnen de barricades, de rij ME-ers te laten passeren. De manier waarop ze daar stonden gaf mij de indruk dat ze dachten tegenover een wilde agressieve menigte te staan.
Mensen die met voedsel kwamen aandragen werden teruggestuurd. Vanaf de huizen aan de overkant werd voedsel, dat stevig verpakt was naar ons toegegooid. Dit kon de ME niet onderscheppen. Een touw dat gespannen was om via de huizen aan de overkant naar ons voedsel te transporteren werd door een ME-er op brute wijze stuk gemaakt.
Wij zaten en lagen dicht tegen en over elkaar op kranten en dekens. Maar eigenlijk was het onmogelijk om je tegen de vrieskou te beschutten. We konden gebruik maken van de wc’s in een van de huizen van de Piersonstraat. De waterleiding werd echter op een gegeven moment afgesloten, zodat je ie kunt voorstellen wat voor een puinhoop dat werd.
Rataplan: ”Er zijn twee mensen van de Piersonblokkade hier komen vertellen dat de buurtbewoners hebben geprobeerd om een waterleiding over het dak heen, dus richting ons, hierheen te sturen. Die leiding is door de ME naar beneden gehaald en daarna doorgesneden, tot grote woede van iedereen. Op de Piersonstraat is verder een hele goede sfeer. De buurtbewoners staan tussen alle sympathisanten bij de kampvuren. Het is echt geweldig daar.”

Anoniem: De marechaussee stond zodanig opgesteld dat dat ieder moment zou kunnen gaan gebeuren. Een van de marechaussees pakte op een gegeven moment een megafoon en sprak een aantal woorden tot de mensen van de blokkade. Juist op dat moment kwam de helikopter weer overvliegen zodat er van wat er werd gezegd, niets was te verstaan. Toen ik omkeek in de richting van het pleintje zag ik dat de ME of de marechaussee al op het dak van de Eenhoorn stond. Snel daarna was niet veel meer te zien omdat zich op het pleintje een gaswolk ontwikkelde die mij het zicht ontnam op wat er verder gebeurde. Het gas kwam nu vanaf het pleintje onze kant op. Ik dacht: “Ik blijf zitten, het is niet mogelijk om me door zo iets weg te jagen, terwijl ik hier inmiddels 14 uur, de slaap trotserend, op de ijskoude grond in de vrieskou, heb doorgebracht. Maar de eerste mensen stonden al op. Hoestend en tranend liepen ze weg, de 2e Walstraat in. De ME die aan beide kanten in de 2 Walstraat was opgesteld tikte met de stokken tegen de schilden. Ik had de eerste gaswolk doorstaan. Ik had het gevoel dat het gas van alle kanten kwam. Ik probeerde te blijven zitten, maar het werd steeds duidelijker dat dat onmogelijk was. Bij bosjes stonden mensen nu op en probeerde zo snel mogelijk uit deze giftige omgeving te komen. Ik zag een journalist staan te braken.
Ans: Mijn ogen begonnen te prikken, de ademhaling ging moeilijk, maar het was uit te houden, mede vanwege het citroensap. Mensen begonnen weg te lopen en er vielen gaten. Mijn eerste reactie was, blijf nou toch zitten doe toch niet zo flauw. De rijen werden nogmaals gesloten. Ik zat helemaal in elkaar gedoken, kon niets meer zien maar hoorde 2, 3 of meer keer de granaten vlak over mijn hoofd heen vliegen. Ik was doodsbang op dat moment, wat gebeurde hier in vredesnaam, wilde blijven zitten, maar dat ging niet meer. Kokhalzend, brakend en in tranen stond ik op en liep weg. Langs op hun schermen trommelende ME-ers, die ons keihard stonden uit te lachen.
Marjolein: Het traangas trok langzaam weg en toen ze zagen dat bijna iedereen nog zat, begonnen ze weer te schieten. Dit keer werd er schijnbaar iets anders gebruikt. Verschijnselen: braakneigingen, tot het tenslotte niet meer uit te houden was. Er brak paniek uit. Zo ziek als een hond vluchtte iedereen weg, waardoor een levensgevaarlijke situatie ontstond. Mensen zagen niet meer waar ze liepen, sommigen konden niet meer lopen en verscheidene mensen dreigden onder de voet gelopen te worden. Kotsend, kruipend en huilend kwamen we door het steegje naar buiten. Een meisje dat niet meer kon zien waar ze liep en tegen een marechaussees aanliep, kreeg nog een paar klappen mee.
Jan: Ik moest opstaan, het was niet meer uit te houden. Niet alleen werd het tranen maar ook had ik gevoel alsof mijn huid kapot gebrand werd. Toen ik opstond merkte ik dat ik minder controle had over mijn spieren. Ik wankelde langs de rij ME-ers. Het enige wat ik kon doen was, schelden, schelden zoveel als ik nog nooit gedaan had. Huilend en vernederd vielen we elkaar in de Molenstraat in de armen. Het was niet duidelijk welke tranen door emotie en welke door het gas kwamen. Dat liep door elkaar heen. Het was één groot afschuwelijk gevoel. Iedereen zag er vreselijk uit. Rode opgezette gezichten, tranen, gezwollen ogen, bleek van angst, kou, emotie en slaap.
Ans: Uitkomend op het kruispunt bij de Molenstraat werden we van de ene naar de andere kant gedreven, als een stuk vee. Van daaruit werden we verdreven naar het Keizer Karelplein, waar het opnieuw begon. Met veel machtsvertoon kwam van alle kanten ME opzetten. Op dat moment besloot ik naar huis te gaan, ik kon er niet meer tegen. Maar dat ging niet zomaar, alle wegen waren afgesloten.
Marjan: Een paar keer werden we op en neer gedreven. Op een gegeven moment stond ik voor vlak voor de rij ME-ers die opnieuw gingen optrekken. Ik kreeg een aantal tikken tegen mijn laarzen alsof ik een stuk huisvuil was, daarmee aangevend dat ik me snel richting In de Betouwstraat moest spoeden. Dit was echter onmogelijk omdat een zich traag bewegende grote mensenmassa voor me stond. Toen haalde een van de ME-ers uit en sloeg met zijn wapenstok keihard op mijn hoofd. Ik greep met beide handen naar mijn hoofd en voelde me duizelig worden. Hoe dat precies gebeurde weet ik niet meer, maar binnen de kortste keren werd ik door twee EHBO-mensen naar een auto gebracht, die me naar het Kolpinghuis reed. Dat ging niet probleemloos, omdat de ME de auto niet overal zomaar doorliet. In het Kolpinghuis werd ik zeer liefdevol opgevangen en onderzocht. Ik bleek een gat in mijn hoofd te hebben dat gehecht zou moeten worden. Omdat op deze EHBO-post daarvoor geen materiaal aanwezig was ben ik naar de post op de Stijn Buysstraat gebracht. Daar is de wond gehecht en kreeg ik koffie. Ik heb vanaf de eerste traangasgranaat drie uur onafgebroken gehuild. Het gevoel van vernedering en machteloosheid kon ik niet loslaten. Ik had een enorm droge keel en had erge dorst de hele dag. De dagen daarna kreeg ik uitslag rond mijn mond. De eerste weken na deze afschuwelijke nacht heb ik me ontzettend depressief gevoeld.