Ontruiming

Ontruiming blokkade Karregas

Foto: Jan van Teeffelen

Martin: Als één van de medewerkers van Stichting Overal was ik in de week vóór en ook tijdens de ontruiming zeer nauw betrokken bij de gebeurtenissen rond de Karregas-blokkade. Stichting Overal, waarvan het pand precies tussen de blokkade en barricade lag, fungeerde die week als opvang- en hulppost voor de Karregas-blokkade.

In de week voor de ontruiming bleef er constant een in aantal schommelende groep sympathisanten aanwezig op de hoek Karregas en 2e Walstraat . Deze groep groeit verder uit in de loop van de week en bereikt op het tijdstip van de ontruiming een grootte van naar schatting 300 à 400 mensen.

foto: Nijmeegs Dagblad. RAN

Veel mensen waren ondanks de ME-afzettingen van de laatste uren, erin geslaagd op allerlei manieren de blokkades te bereiken. Een aantal van hen sprong juist achter de ME-afzetting van het dak van een nabijgelegen pand en ze werden met gejuich ontvangen.

Anoniem: Massa’s mensen bevolkten de ingang van de Karregas. Op de grond gezeten versperden zo’n 600 mensen de toegang naar de barricade. Achter hen een spekglad opgespoten ijsveldje. Blijde herkenning van veel vrienden. De vurige stemming stak zelfs de grootste angsthaas een hart onder de riem. Krantje op de grond en slaapzak om de knieën en daar zaten we. Het wachten was begonnen. Voor ons een groepje van 20 tot 40 ME-ers die gewapend met schild en knuppels iedereen buiten hielden. Door hun houding vormden ze een voortdurende bron van uitdaging voor ons, voor het verzinnen van liederen en leuzen die massaal door de Karregas klonken. Een vuurtje brandde en een trommelaar begeleidde dit alles. Af en toe een kopje koffie pikken bij Overal, waar veel mensen zich even opwarmden of lekker in de banken of stoelen gekropen waren. Sommigen slapend, anderen druk pratend of etend. Het werd stiller in de blokkade, wat niet alleen te wijten was aan het veel voorkomende slaaptekort. Ik werd onrustig en zocht mijn plek bij vrienden. Begrijpende ogen en warme lijven zorgden voor de kracht en vastberadenheid om te blijven en te wachten op de aanval.

Om zes uur verschenen er ontzettend veel ME aan de kop van de Karreas. Geschreeuw: “huurlingen” en “geen geweld”, liederen: “give peace a chance!” Het geluid van een laagvliegende helikopter die onze ogen vol bevroren stof stoof deed ons gezang alleen maar aanzwellen. We zongen over onze angst heen. Boven onze hoofden dwarrelden pamfletten waarop we verzocht werden geen geweld te gebruiken.

Nog steeds groeide het aantal ME-ers voor ons en achter ons op de barricades luid schreeuwende mensen, dat Rataplan uit de lucht was gehaald en de blokkade Bloemerstraat al weggeslagen was. De spanning en angst steeg. Achter ons op het pleintje zag het al wit van de rook. We wisten niet wat daar precies gebeurde. Het zag er dreigend uit. We zagen hoe op het dak van de Eenhoorn de ME al doorgedrongen was en stenen naar beneden gooiden. Ik dacht aan mijn vrienden binnen de barricades en begon voor het eerst echt bang te worden dat er doden zouden gaan vallen. Vóór ons maakte de ME zich op om tot de aanval over te gaan. We hadden er eigenlijk dagenlang op zitten wachten en dan komt het toch heel plotseling. In een flits stormden ze naar voren en begonnen heel hardhandig de eerste rij blokkadezitters als afvalzakken weg te slepen. De knuppel gereed wanneer je je mocht verzetten. Dit duurde drie minuten en werd zo’n zes keer herhaald. Ik begon uit te rekenen hoelang het zou duren voordat ik aan de beurt zou zijn en dat zou uren duren.

foto: RAN

De ME-ers staakten deze vorm van ontruiming dan ook snel. Ze lieten ons weten dat we nog 10 minuten hadden om gewoon te vertrekken, anders zou er geweld gebruikt gaan worden. 

Achter ons was inmiddels het pleintje en de barricade aan het gezicht onttrokken door de enorme rookwolken. Een aantal mensen vertrokken na de waarschuwing en probeerden de blijvers te overtuigen van de zinloosheid, maar vooral van het gevaar wanneer je bleef. Er ontstond enige verwarring, maar er bleven ondanks de angst erg veel mensen zitten. Opeens was er rook. Overal ontploften tussen ons in de traangasgranaten, sommigen kregen ze in het gezicht. Iedereen stormde overeind en probeerde in paniek weg te komen. Huilend en kotsend baanden we ons een weg langs de ME die voor het eerst opzij ging, godverdomme. Een grote tank stond om de hoek. Citroenen hielpen nauwelijks meer. Blij dat we er heelhuids uitgekomen waren en tegelijkertijd agressief en teleurgesteld. Heen en weer geslingerd tussen een wirwar aan emotie. We werden weer aangevallen door de ME. Nog verder moesten we weg, het stadscentrum uit. Met knuppels joegen ze ons de Oranjesingel op waar een aantal O’42 binnenvluchtte. En daar hield het eindelijk op. Huilende ogen, groene koppen, warme koffie, nieuwe plannen, angst om degenen die we niet meer hadden gezien en om de mensen van het pleintje. Blijheid, maar vooral agressief en ook verdrietig was de sfeer in het café. Op het pleintje was inmiddels de sloop begonnen. Mijn slaapzakje zou ik niet meer terugzien.

Thijs: Ik zat precies midden op de straat, ongeveer midden in de blokkade. Omdat er van achteren traangas aan kwam waaien zat ik onder mijn slaapzak in elkaar gedoken. Op dat moment begon de marechaussee met traangas te schieten. Ik keek op, waarschijnlijk dacht ik een knal te horen of zoiets. Op het zelfde moment had ik de granaat al in mijn gezicht. Deze viel tussen zijn benen. Er zit een brandgat in mijn broek. In paniek ben ik opgesprongen en naar achteren richting Overal gerend. Van ooggetuigen hoorde ik later dat de granaat recht het publiek in geschoten is. Een paar dagen heb ik met een blauw oog gelopen. Bovendien zal ik er waarschijnlijk een litteken aan overhouden. De gevolgen van de granaat in mijn gezicht waren: een bloeding net naast mijn linker wenkbrauw, een verwonding 2 cm onder mijn rechter oog en bovendien was mijn neus stuk. De marechaussee heeft dus bewust het risico genomen om iemand die zich geweldloos verzet, levenslang te verminken.

De straat is vrij, en dan wordt pas duidelijk wat de politie letterlijk en figuurlijk achter de hand heeft. In processie-mars trekt de stoet de Karregas in: voorop marechaussee met schilden en stokken. De beenbeschermers om. Dan de tank, vervolgens marechaussee met kogelvrije vesten. Weer een pantservoertuig, marechaussee, pantservoertuig met stormram, weer manschappen o.a. met cirkelzagen, brandblussers, snijbranders. Het volgende pantser voertuig, ditmaal met een rode kruis op de zijkant. De stoet wordt gesloten door de enige politiebijdrage: een voorraadwagen. Midden tussen de lange stoet loopt verdwaald een hospik rond. Van iemand die in een van de huisjes van de buurtbewoners was gevlucht, hoorden we dat in die stoet ook verschillende geweren met vizier meegedragen werden. Op zijn vraag of dat traangasgeweren waren was het antwoord: “Nee, dat is voor scherp!”

foto: RAN