Ontruiming

ontruiming blokkade Bloemerstraat

foto: Eduard de Kam

Nico: over de geweldloosheid van onze actie kan geen twijfel bestaan. Het feit dat wij ons tussen de politie en de barricade in bevonden en absoluut ongewapend waren, zou op zichzelf al voldoende bewijs moeten zijn. Gedurende de nacht is er onder het oog van de marechaussee nog een hevige discussie ontstaan tussen mensen van achter de barricade en mensen van de blokkade zelf. Enkelen van achter de barricades wilden ons tegen onze eigen goedgelovigheid beschermen. Zij waarschuwden ons voor wat er gebeuren zou en boden aan om op hun beurt weer tussen de marechaussee en de geweldloze groep in te gaan staan. Dit is met klem door ons tegengegaan en uiteindelijk trokken die mensen zich weer achter de barricade terug.

foto: Eduard de Kam

Kort voor de ontruiming zelf heeft iemand met een megafoon de mensen binnen de blokkade herinnerd aan de spelregels. De tekst kwam ongeveer op het volgende neer; zodra er ook maar één ME-er door de blokkade heen voor de barricade komt trekken wij ons terug. Iedereen moet absoluut geweldloos blijven. In mijn naïviteit meende ik zo een gewelddadige afloop te kunnen voorkomen.

Frans: Al een paar keer was door de EHBO-ploeg verteld waar we naar toe konden gaan als we gewond zouden raken en werden we voorbereid op politiegeweld. Soms dacht je dat de waarschuwingen van de EHBO nogal overdreven waren: welk zinnig nadenkend mens zou een traangasgranaat in een vreedzaam zittende mensenmassa kunnen gooien? Omstreeks vijf uur in de ochtend was radio Rataplan vier opeens uit de lucht. Het was duidelijk, het zou beginnen. Iedereen nam zijn plaats in op de blokkade, de EHBO-ploeg kwam nog een keer langs. Op de Bloemerstraat reden ME-busjes heen en weer. De blokkade ging zoveel mogelijk naar voren zodat bij eventuele schermutselingen tussen ME en de mensen achter de barricades de blokkademensen geen gevaar zouden lopen. ‘Always look at the bright side of life’ werd al minder enthousiast gezongen.

Frans: Vijf uur, de radio valt uit. Alsof je keel werd dichtgeknepen, wat gebeurt er? Ze komen. We zitten allemaal tegen elkaar aan. Iedereen zit te bibberen van de spanning. Af en toe is het doodstil. Een paar ME-busjes komen langs. En de spanning is ondraaglijk. Een busje stopt voor de blokkade. Tot aan de tanden toe zijn de marechaussees beschermd en gewapend! Klaar voor de aanval. We blijven onbewogen zitten, we doen niets! Op één ‘stille’ na; hij gooit twee rookbommen. Kennelijk is dat het teken om over te gaan tot geweld. Als beesten beginnen ze op de zittende mensen in te slaan.

foto: Eduard de Kam

Anoniem: Daar komen ze. De hekken gaan weg, m’n maag draait om, rookbommen. Geweldloos toch? Ze beginnen meteen te meppen.Door de rook wordt het allemaal nog erger, onwerkelijker, en het gaat allemaal zo snel. Paniek, weg hier, als stom vee worden we opgedreven, door de slagers van Wiegel en co. Wat gebeurt hier? Het is niet te beschrijven. Achteruit. Oh god, hier staan ze ook al. Ik kan nergens heen! Elkaar blijven vasthouden”. Ik huil. Steeds dichter worden we op elkaar gedreven. Achter de helmen zie je de dolle paniek in de ogen van de marechaussees.

foto: Eduard de Kam

Frans: De ME werd terug getrokken en de marechaussee verscheen ten tonele. Zonder enige waarschuwing begonnen de manschappen van de marechaussee met wapenstokken in te hakken op de eerste rijen zittende mensen. Het was afschuwelijk om te zien. Angst overviel me. Ik ging samen met meerdere mensen staan. “Zitten, zitten”, werd er geroepen. Ik vond m’n rust weer en ging weer zitten. Het knuppelen ging door. Opeens stond iedereen in mijn omgeving op en we liepen de Bloemenstraat in. Daar stonden rijen schilden, helmen en stokken klaar die ons richting station sloegen. Maar een meter of vijftien verderop in de Bloemerstraat stond weer een rij schilden, helmen en stokken die ons daar tegen hield. Op dat moment zag ik dat de helft van de blokkade nog in de Piersonstraat (bij de Plak) aanwezig was. De schilden, helmen en stokken begonnen ons in te sluiten. De hele massa mensen werd van drie kanten tegen de winkels tegenover de Plak aangerukt. Sommige ruiten bezweken onder de druk.

Jan: Samen met een groep van zes mensen zat ik precies vooraan in de blokkade van ongeveer 500 mensen op de eerste rij toen de marechaussee kwam ingrijpen. De eerste paar minuten heb ik geen klappen gehad, de marechaussee hakte vooral in op het middenstuk en de andere kant van de blokkade. Met z’n zessen schreeuwden wij een marechaussee huilend toe dat hij niet moest slaan, we waren immers weerloos. Hij moest waarschijnlijk aan onze kant komen rammen. En hij sloeg niet, d.w.z. niet in eerste instantie. De enige marechaussees die ik heb zien twijfelen die nacht. Toen kwamen ook voor ons de klappen: vluchtend de Bloemerstraat in werden we in een hoek gedreven tussen de ME die aan de Plak-kant de hele straatbreedte afschermde en de marechaussee die aan de plein ’44 kant afsloot. Van beide partijen werd er op iedereen die geraakt kon worden ingehakt. We werden samengeperst tegen de gevel van het Luxor-theater als haringen in een ton. Na ongeveer een kwartier liet men een gat vallen aan de kant van bioscoop Luxor en werd de hele groep richting Doddendaal geslagen. Iedereen van de blokkade zat daar absoluut geweldloos en niemand had iets om te slaan of te gooien bij zich.

Willemien: Verdwaasd keek ik rond. Een vriend stond met verwilderde blik te kijken, hij zag me niet eens. Anderen stonden te huilen of apathisch om zich heen te kijken. Ik wist me geen raad en hield krampachtig Peters hand vast. Toen werden we op elkaar geperst en heen en weer geduwd. “Terugduwen!”, werd er geroepen, “iemand heeft zijn arm gebroken.”

foto: RAN

Frans: We moesten weg via Doddendaal, bij Luxor naar beneden. Via de Houtstraat kwamen we op het plein voor de Waag, we wilden weer richting Plein ’44. We waren ontzettend bevreesd voor wat er met de mensen achter de barricades zou gebeuren. Halverwege de Augustijnenstraat kwamen de ME-busjes alweer aanrijden. We renden terug. Bij de Hema werd een provisorische barricade opgericht met een paar dranghekken en vuilniscontainers. We stonden op het Waagplein, de ME raasde met vijf of zes busjes dwars door de barricade naar de Burchtstraat en vormde daar een afzetting. Ze wilden ons insluiten op het Waagplein, alleen de smalle doorgang op de Kannemarkt was geschikt om weg te vluchten. Bij de charge die toen volgde vielen de mensen in twee groepen uiteen. Een groep werd achtervolgd op de Kannemarkt, de andere groep kon de charge ontvluchten via de Korenmarkt. Overal stond ME, overal werden charges uitgevoerd. We wilden naar 0’42, ook daar stond ME. Charges werden uitgevoerd tot over de Wedren.

Chris: Op het Waagplein zag ik de eerste stenengooiers onder de geweldlozen. Ik kan ze best begrijpen, zo’n machteloos gevoel heb ik nog nooit gehad.

Chris: Na de charge van de ME, die ons naar de Grotestraat dreef, zijn veel mensen naar O’42 gegaan. Tenminste, dat probeerden ze. Ondertussen was daar al een paar honderd man ME opgedoken die de mensen van O’42 weghield of binnenhield. Toen hebben we maar de Oranjesingel geblokkeerd. Die blokkade duurde ongeveer tien minuten totdat de ME weer een charge uitvoerde. Gelijk achter de ME kwamen vier tanks. Die waren om de barricades te slechten. Na dit machtsvertoon werd er weer verzameld op de Wedren. Niet voor lang want de ME kwam via de Wilhelminasingel met een charge waarbij ook een waterkanon werd ingezet. Hierna ben ik naar café Stijn Buys gegaan.

Willemien: Ik wilde niet naar de Waag, ik wilde geen rellen, want dat had geen zin meer, we waren verslagen. Ik had mijn best gedaan, maar het had niets geholpen blijkbaar. Ik kon zo niet naar huis en besloot in O’42 een borrel te gaan drinken. Overal op hoeken van straten stonden ME-ers, hun smalende blikken voelde ik op me gericht. Opgesloten in 0’42, in de kelder, zag ik ze weer rennen, met opgeheven stokken nu andere mensen in de val drijvend.

Jan: De volgende twee uur heb ik hoofdzakelijk gehuild en gestrompeld in de richting van O’42, verbijsterd en verpletterd door het geweld dat aan mijn geweldloosheid nooit meer plaats lijkt te kunnen geven. Ik weet niet meer hoe ik me met anderen nog zal kunnen verzetten, actie kunnen voeren, de dagen erna doen stenen me niets meer, ook al kan ik ze zelf (nog) niet gooien.