ontruiming radio Rataplan

Rataplan: “Het is denk ik heel belangrijk dat iedereen dit thuis hoort. Het gaat nou zo ongeveer beginnen. Rond 5 uur zou de zaak gaan draaien. Die hele onmenselijke machine met tanks en een paar duizend robotten. Ik hoop dat iedereen die thuis zit en zich een beetje betrokken voelt bij menselijke dingen, bij mensen die iets voor zaken over hebben als leefbaarheid en wonen, dat die snel in actie komen. Uit hun bed komen, op de straat komen en iets gaan doen. Het is waarschijnlijk dat we er binnenkort uitgaan met de zender, doe je best allemaal.”
“Hier 4, er zitten mensen op het dak, dus we kunnen er zo uit gaan.”
“Hier 2, ja mensen sterkte hé…..”
…………geruis van 4………..
“Hallo hier is radio Rataplan, we zenden nu uit op halve kracht. We roepen alle radioamateurs op om ons te versterken, zodat iedereen ons kan blijven ontvangen. Dit is radio Rataplan.”
“Hier is radio Rataplan, hier is radio Rataplan, Rataplan zender 2. Zender nr 4 is net ongeveer een kwartier geleden de lucht uitgehaald door de politie. Zender 4 zat op de Pontanusstraat. Zender 4 is uit de lucht, wij zenden nu alleen nog met 2 en 1 binnen de barricades op de Piersonstraat. Wij roepen iedereen op om in actie te komen. Wij roepen iedereen op om in actie te komen. De autoriteiten hebben het gewild. We hebben tot het laatst toe alles open gehouden om te onderhandelen.”
Verklaring van Rataplan:
Een week lang hadden we continu uitgezonden over de radio ter ondersteuning van de strijd voor het behoud van de 14 huizen en de Eenhoorn en tegen de Zeigelhof parkeergarage. Deze nacht werd hier op een gruwelijke wijze een einde aan gemaakt. Ongeveer 15 tot 20 mannen van de BSB (Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten) ramde zich een weg naar binnen. Met bijlen en grof geweld forceerde zij de barricade voor het raam waar wij achter stonden. Dit raam was ook geblindeerd, zodat zij niet hebben kunnen weten wie er achter stonden toen ze er met bijlen doorheen ramden. Door het ontzettende lawaai op het dak, mede veroorzaakt door explosieven die ze gebruikten, vluchtten we snel naar beneden. We waren ontzettend bang dat ze ons achterna zouden komen. Er lag een jongen op een kamer te slapen. Hij werd van z’n bed gerukt, moest op een stoel gaan zitten en moest toezien hoe ze met bijlen de apparatuur in elkaar ramden. De kerels in zwarte pakken en bivakmutsen waren met explosieven, bijlen en traangasgranaten gewapend. Ze hebben alle apparatuur, behalve de zender, vernield.
Binnen tien minuten was alles gebeurd en waren de mannen in het zwart weer via het dak verdwenen. In hun pijlsnelle vlucht gebruikten ze het anti-terroristengranaat: de ‘Friction Thunderflash’. Dit zijn explosieven die een enorme explosie geven, waarbij je bovendien een geweldige opdoffer krijgt vanwege de luchtverplaatsing. Gelukkig is er niemand gewond geraakt.

Leden van de BSB worden ‘betrapt’ als ze zich via de achterkant van café Sint Anneke naar de Sint Annastraat terugtrekken.
Getuigenis van de overval van de BSB op Radio Rataplan.
Anoniem: Die ochtend lag ik vroegtijdig uitgeschakeld door ’n gescheurd teenkootje, te slapen in de Pontanus, boven de Kraakkroeg. Ik had de Piersonbarricades rond drie uur verlaten. Eerder die avond, tijdens de demonstratie had ik mijn zelfbeheersing ’n moment verloren toen een auto op ons inreed. Die auto bleek gewoon te hard.
In de Pontanusstraat vond ik mijn vrienden op zolder, waar de grootste kamer gebruikt werd voor het uitzenden van radio Rataplan en in ’n kleinere kamer werd de politieradio gevolgd met twee scanners. Na ongeveer een uur aan de scanner gezeten te hebben, nam mijn vriend Piet het van mij over, hetgeen mij de gelegenheid gaf lekker op bed te gaan liggen.
Door glasgerinkel en geschreeuw werd ik wakker, net op tijd om mijn zoldergenoten naar beneden te zien vluchten. Uit het gedreun in de kamer naast mij maakte ik op dat de politie probeerde binnen te dringen via het dak en de gebarricadeerde ramen. Sinds vluchten voor mij een onmogelijkheid was en onder de dekens kruipen mij niet de juiste oplossing leek, begon ik met het ombinden van de juist daarvoor afgenomen spalk. Na de tweede keer het verband om mijn voet gewikkeld te hebben, stormden zo’n zes kerels naar binnen. Helemaal in het zwart gekleed, bivakmutsen over hun koppen getrokken, gewapend met gloednieuwe immens grote hakbijlen en breekijzers, op hun borst zowel rug stond met ’n soort zilverachtige letter: politie. Later bleken het leden van een anti-terreur-brigade te zijn.
Twee ‘helpers’ geven mij te verstaan me aan te kleden, het moest wel snel, terwijl de anderen alles overhoop haalden, openbraken wat dicht zat, allerlei soorten papieren onder hun truien stopten, en uiteindelijk de scanners die zij meteen herkend hadden naar de radioruimte brachten.
Ook ik werd daar naar toe gebracht en voor de commandant geleid, een iets ouder uitziend figuur die niet goed wist wat hij met mij aan moest en me vertelde te gaan zitten.
Ik zag dat de rest van de zolder hetzelfde lot had ondergaan als mijn kamertje; en telde zo’n 12-14 van die zwarte monsters rond de grote tafel, waarop ik naast de scanners draaitafels, recorders, platen en een mengpaneel zag staan. Op dat moment wist ik niet dat Rataplan een schuilplaats gevonden had. Het volgende en voor mij het meest angstaanjagende, was het bevel van die ouwe: “Sla kapot die rotzooi”, waarop zo’n 8 dienders zich totaal leken uit te leven, door de hele installatie, inclusief de platen, scanners en TV met bijlen en koevoeten in elkaar te slaan. Toen verdwenen de binken door het raam het dak op.
Toen besefte ik me dat ik nog ongedeerd was. Ik schreeuwde naar beneden dat de kust weer veilig was, waarop iedereen naar boven kwam om de puinhoop aan te zien.
Getuigenis van de aftocht van de BSB.
Tussen 5:00 en 5:30 uur hoorde ik brekende geluiden zowel uit de radio als vanuit mijn raam. Ik ging naar buiten en liep naar een binnenplaatsje dat te bereiken is door een steegje tussen Sint Anneke en een kapsalon aan de Fransestraat. Men zei dat in de huizen erachter politie zat. Ik liep daarom naar dat achterplaatsje en klom op een ton die daar tegen de muur stond. Ik maakte met een flits twee foto’s. Tegelijkertijd schenen ze met een zaklantaarn naar mijn gezicht. Ze gooiden toen een voorwerp met een brandende lont. Dat viel vlak achter me. Andere mensen die achter hem stonden rende meteen weg, maar ik stond op die ton en kon niet meer wegkomen. Er volgde een enorme ontploffing met een grote luchtverplaatsing. Ik werd tegen de muur aangedrukt. Het was erg pijnlijk voor mijn oren en ik voelde de klap over heel mijn lichaam. Mensen begonnen door die klap te gillen, waarom de ploeg moest lachen. Ik maakte me toen snel uit de voeten. Ik rende de steeg uit en maakte op de Fransestraat nog snel een foto. Vervolgens rende ik weg naar Sint Anneke. De ploeg kwam toen uit het steegje en keek links en rechts. Ze kwamen voorbij Sint Anneke. Van achter de gordijnen keek ik toe. Ik zag dat het om ongeveer 15-20 man ging. Ze hadden donkerblauwe kleren aan met achterop de jasjes gedrukt: politie. Zij gingen toen in richting Keizer Karelplein. De groep had een leider. Hij droeg een leger-baret.
